vrijdag 3 september 2010

Roodwit combinatie een smakelijke combinatie!


Toen op Twitter de #toenikkleinwas verscheen, moest ik denken aan mijn kindertijd in Indonesië. Het land waar de evenaar dwars doorheen loopt. Het land waar je, anders dan hier, niet over het weer spreekt, maar over eten. Men spreekt daar altijd over eten en wordt er niet over het eten gesproken, dan is men aan het eten! Grappig is de ontdekking dat wanneer je hier een praatje maakt met een onbekende, het weer een aanknopingspunt is: lekker weertje hè! Maar als het vriest vindt men het koud, als hetregent dan is het nat en als het zomers weer is dan is het benauwd!

In Indonesië is dat niet zo. Daar zegt men bijvoorbeeld bij een kennismaking: ‘...hebt u al gegeten?’ of zelfs ‘..wat heb je gegeten?’ Tijdens zakelijke besprekingen of medisch onderzoek en zelfs om iemand te troosten, wordt het zinnetje: ‘..kom laten we eerst even eten!’ gebruikt. Alles wat maar eetbaar is, wordt met liefde aangehaald! Familiebezoek staat dan ook altijd garant voor een gewichtstoename na afloop! Het is dan ook geen wonder dat het bourgondisch Brabant, c.q. het zuiden mij zeer aanspreekt! De vlaggen hebben immers ook dezelfde kleurstelling!

Zondag komen mijn ouders met mijn oom en tante die hier op vakantie zijn. Ze willen naar de St. Jan en daarna de Bossche binnenstad verkennen. Dat is niet alleen wandelen, maar ook geuren snuiven en vooral proeven. Van gerookte makreel tot bitterballen, van warme Brusselse wafel tot de automaat van de Febo! Tot nu toe staan de warme oliebol, kibbeling, warme worst van de Hema én spruitjes op hun ‘must have’ lijstje! Gebak, hartige snacks, vis, fruit, vlees en groenten zij willen het allemaal letterlijk ruiken, voelen, snuiven en proeven. Dat laatste, en ook in die volgorde, heb ik kennelijk in de genen meegekregen.

Bourgondisch ’s-Hertogenbosch verruilen ze voor Oostenrijk. Niet voor de bergen, niet voor de wintersport... maar om te eten! Dat onder het motto: het land moet je zien en haar inwoners bekijken om hun gerechten te begrijpen. Oostenrijk, het land van Sissi, behoort tot de top van deegwaren en nagerechten: diverse knödels, ‘kirch’ (soort platte oliebol met zuurkool, bessenjam of suiker), strudel, Sachertorte en Wienerschnitzel. Daarbij niet te vergeten dat natuurlijk de diverse koffiehuizen worden bezocht. In Oostenrijk werd het koffiedrinken verfijnd. Toeval of niet, maar de Oostenrijkse vlag heeft de zelfde twee kleuren!

Heel Hollands belde ik ze op om te vragen hoe laat ze zondag komen. Als antwoord daaop hoorde ik: “.. hoe laat heb je het ‘ochtend’ eten gepland?!” De familie wil na het ontbijt bij ons brunchen en typische Brabantse lekkernijen proeven. Heel dapper vroeg ik natuurlijk onze mevrouw Poets om advies:
‘Dè ge dè nog nie wit! Vat dieje koek van oewes! Of bedoelde balkenbrij, bloedworst, krentemik, worstebrooikes, blote konten in ut gras, botterham méé spèk en beuling? Gadde mar naor ut Stokspèrdje, dan hedde goei spul. Kende ok gewôôn brooikes en krekette vatte, dè lussen ze almaol! Zet efkes wel un pot koffie, dè heurt....’

Geen opmerkingen:

Een reactie posten